Beumer Advocatenkantoor - Uw advocaat in Borne (Twente, Overijssel)

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Beumer Advocatenkantoor

Hofstraat 24, Borne
Tel.: 074 - 267 40 10
Fax: 074 - 267 16 29

info@beumer.nu

Home Uit de praktijk
Uit de praktijk

Werknemers zijn soms geneigd lichtvaardig om te springen met concurrentie- en relatiebedingen. Het is echter zaak om deze bedingen niet te laten voor wat ze zijn. Lees hieronder hoe de overtreding van een concurrentie- en relatiebeding een jonge ondernemer duur kwam te staan.

De onderneming X was werkgever geweest van een werknemer, Willem. In de arbeidsovereenkomst met Willem was een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. Willem mocht gedurende twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst niet in een bepaalde straal soortgelijke werkzaamheden als X uitvoeren en gedurende drie jaar geen relaties van X bedienen.

Willem had de overeenkomst opgezegd met de mededeling dat hij een eigen onderneming wilde starten. X wees hem op de bedingen in de arbeidsovereenkomst. In onderling overleg werden aanvullende afspraken gemaakt ten aanzien van het concurrentie- en relatiebeding: in afwijking van de bedingen werd aan de werknemer toestemming gegeven zich in een bepaalde plaats te vestigen (die eigenlijk binnen de straal van het concurrentiebeding viel). Ook werd aan Willem toestemming gegeven een beperkt aantal specifieke werkzaamheden uit te voeren, die hij normaliter op grond van de bedingen niet mocht uitvoeren. Tevens werd nog eens duidelijk vastgelegd dat Willem voor de duur van het relatiebeding geen relaties van X mocht gaan bedienen. Alle partijen leken tevreden met deze oplossing: er was een werkbare en acceptabele middenweg gevonden waarmee beide partijen uit de voeten konden.

Totdat X een half jaar later bemerkte dat Willem tóch verschillende relaties van X bediende en ook werkzaamheden uitvoerde die nog steeds verboden waren. En Willem was intussen ook verhuisd naar een andere plaats binnen de straal van het concurrentiebeding, waarvoor nooit toestemming was gegeven door X. 

Het probleem werd door X aan Beumer Advocatenkantoor voorgelegd. Willem ontving onmiddellijk een brief waarin hij werd gesommeerd alle werkzaamheden vanuit enige plaats binnen de straal van het concurrentiebeding te staken, geen klanten van X meer te bedienen en opgave te doen van alle werkzaamheden die hij inmiddels had uitgevoerd voor relaties van X. Tevens werd hij aansprakelijk gesteld voor de schade die X geleden had nu X waarschijnlijk opdrachten was misgelopen doordat Willem klanten bij X had weggekaapt.

X wilde echter het liefst een regeling treffen. Dit werd ook aan Willem duidelijk gemaakt. Kort gezegd kwam het erop neer dat Willem tegen betaling van € 15.000,– wegens gederfde winst een kort geding en verdere discussie kon voorkomen. Daarnaast zouden er afspraken kunnen worden gemaakt over de klanten die door werknemer werden bediend en zijn vestigingsplaats.

Willem wilde van dit alles niets weten. Hij waste zijn handen in onschuld en vond dat hij niet onrechtmatig handelde. Concurrentie- en relatiebedingen van respectievelijk twee en drie jaar zouden in een procedure naar zijn mening geen stand houden. Willem was hooguit bereid € 2.000,– te betalen om de procedure te voorkomen. Dit was voor X echter niet acceptabel.

Het kort geding werd gestart door Beumer Advocatenkantoor. Naast een verbod op van overtreding van de concurrentie- en relatiebeding, werd afgifte van de administratie gevorderd. X wist immers niet hoeveel relaties door werknemer werden bediend en welke opdrachten hij had uitgevoerd. Voor de bepaling van de geleden schade was deze informatie uiteraard wel relevant. 

X werd in het gelijk gesteld. Willem diende zich te houden aan de bedingen, ook al waren die voor twee en drie jaar overeengekomen. Willem werd het op straffe van een fikse dwangsom verboden nog langer relaties van X bedienen. Ook diende Willem zijn activiteiten vanuit enige vestigingsplaats binnen de straal van het concurrentiebeding te staken en hij moest de gehele administratie ter inzage afstaan. Dit alles ook op straffe van een behoorlijke dwangsom.

Willem werd aldus gedwongen openheid van zaken geven. Daardoor werd duidelijk dat de omvang van zijn activiteiten bij relaties van X groter was dan werd vermoed.

Partijen gingen weer rond de onderhandelingstafel zitten. Uiteindelijk koos Willem eieren voor zijn geld: tegen betaling van € 50.000,– aan X, kreeg hij toestemming om zijn zaak gevestigd te houden in zijn huidige vestigingsplaats en mocht hij een klein aantal relaties van X ‘overnemen’.

Waar X eerst bereid was met € 15.000,– genoegen te nemen en Willem slechts € 2.000,– wenste te betalen, werd dit door tussenkomst van Beumer Advocatenkantoor uiteindelijk € 50.000,–. Het inschakelen van een advocaat betaalde zich voor X uit in klinkende munt!